Previous Next


Hoofdstuk I:   Zoeken wij de Mensen?


WAAR MOET DAT HEEN?

Het verhaal gaat -  van de kansel, in de krant en op de televisie - dat de secularisatie van de maatschappij een identiteitscrisis heeft veroorzaakt in de kerk. In kranten en weekbladen wordt levendig geschreven over “ietsisme”. Veel mensen geloven tegenwoordig op een vaag-religieuze manier dat “iets” de wereld stuurt. Maar de kerken en hun leden blijven in deze discussie afzijdig. In hun kring overheersen gevoelens van twijfel en stagnatie. Symptomen van die stagnatie zijn: een teruglopend ledental;  verminderende participatie van de leden in het kerkewerk; afnemend plezier ook in het actief meedoen in de gemeente; gebrek aan moed en verbeeldingskracht om doelen te stellen die het voortbestaan van het bestaande overstijgen. Dat alles resulteert in onvermogen tot nieuwe beleidsinitiatieven die zich richten op een toekomst voor de gemeente en de kerk.

Tegen deze achtergrond is in onze gemeente een groep mensen bij elkaar gekomen. Zij vormden een zogenaamde “Denktank” met de opdracht om na te denken over de toekomst van de gemeente. Het gaat niet om de vraag of die gevoelens van stagnatie ook in onze plaatselijke situatie relevant zijn en wat daar eventueel tegen ondernomen kan worden. Dat soort beleid is de besturende verantwoordelijkheid van de Kerkenraad. In de Denktank wordt gepraat over de toekomst voor de kerk in het algemeen en die van de Protestantse Kerk in Hoogeloon/Eersel in het bijzonder. Dit verslag rapporteert daar over. Visie op de toekomst kan de ontwikkeling stimuleren van een gemeente, die als een vitale en inspirerende gemeenschap kerk wil zijn in deze tijd.

Henny Koops, Ric Vos, Annemarie Kennis, Gert Frens, André Postma en Corien van der Sluijs hebben als leden van de Denktank meegewerkt aan dit project. Ds. Marie Jantien Kreeft was uitgenodigd als permanente gast en als discussiepartner. Zij heeft, zeer persoonlijk, aan een aantal van de bijeenkomsten deelgenomen. 

BONJOUR TRISTESSE

Misschien mag de vraag gesteld worden of de sombere beeldvorming wel klopt met de feiten. Het beeld van de kwijnende kerk kan zelf een symptoom zijn van een dieper liggend probleem en als een gemakkelijke verklaring de realiteit versluieren. Want in EO-kringen en bij de Pinkstergemeente zul je daar niemand over horen. En ook niet bij allerlei sekten die om ons heen opspruiten en weer verwelken. Misschien heerst er bij de leden van kerken als de onze een opkomende twijfel. Wij lijken te worstelen met de plausibiliteit van ons eigen geloof en de betekenis daarvan in ons leven. Misschien wordt er in ons dagelijks leven wel gewoon te weinig gediscussieerd over de rol van de kerk en het geloof.

Voor hun boodschap hebben de Christelijke kerken in vele eeuwen een ijzersterk affiche opgebouwd. Overal, iedere zondag weer, luiden de kerkklokken als de gemeente zich verzamelt. Op Christelijke feestdagen heeft iedereen in Nederland vrij, ook wie eigenlijk niet weet waarom. Heus, wie dat zou willen kan de weg naar de kerk wel vinden. Maar wat mensen weerhoudt om te komen is het stereotype imago van achterlijkheid, van niet bij de tijd zijn, dat om de kerk schijnt te hangen. Die ongenaakbare overtuiging van het eigen gelijk. De hooghartige weigering van de schriftgeleerden om hun eeuwenoude leer ter discussie te stellen door in te gaan op de vragen waar mensen van nu mee zitten.

Ooit was het evangelie een boodschap van naastenliefde en toekomstperspectief voor iedereen die dat horen wilde. Maar het hart van die boodschap lijkt zo vaak versteend te zijn, een harde gestolde structuur van dogmatische voorschriften, wetten en regels die niet meer sporen met ons eigen perspectief op de wereld waarin we leven. Dat is tenminste het beeld dat veel buitenstaanders hebben over de kerk.

In een vitale kerk zullen we dat imago moeten doorbreken. Pas daar na kan de boodschap van de kerk weer verstaanbaar gemaakt worden voor de samenleving. Het is dus niet waar dat tegenwoordig zo veel mensen de weg naar de kerk kwijt geraakt zijn. Of moderne mensen nog komen willen, dat hangt er van af wat de kerk doet met hun vragen. Of in onze gemeente de boodschap waar behoefte aan is wel voldoende aan de orde komt.

Er gaan ieder weekend in Nederland tien keer zo veel mensen naar de kerk als naar het voetballen! Wat vreemd dan dat al dat het bidden, zingen, prediken, belijden en doen, van al die mensen in al die kerken overal, zo weinig de aandacht trekt. Zelfs binnen de kerk lijken de mensen schuw geworden te zijn om met anderen over hun geloof te praten. Is dat  omdat we ook zelf steeds meer moeite krijgen met wat de kerk ons te melden heeft? 

Hoe dan ook, er is een situatie ontstaan waarin we niet mogen berusten. Hoe valt er in deze tijd van verwatering en verwarring te werken aan een aantrekkelijke en vitale kerk? Wij zouden een kerkgemeenschap willen opbouwen waarin de mensen met vreugde méédoen en zich effectief inzetten voor doelen in de gemeente.

Laten we de zaken zo concreet mogelijk houden. We denken over mogelijkheden in onze  plaatselijke gemeente: Hoogeloon/Eersel. Die vormt, zoals we allemaal weten een kleine, sinds lang bestaande protestantse gemeenschap op het Brabantse platteland. Sinds 1970 zijn daar relatief veel nieuwkomers bij gekomen van buiten de streek. De kerkelijke gemeente omvat inwoners van de dorpen Eersel, Duizel, Steensel, Knegsel, Vessem en Hoogeloon - cum annexis. In Hoogeloon beheert de kerk een protestants “streekkerkhof”. Er zijn twee kerkgebouwen, in Eersel en in Hoogeloon, allebei met ruimte voor nevenactiviteieten.

Hervormden en Gereformeerde vormen hier al meer dan tien jaar een “Samen op Weg”-gemeente. Het SoW-idee was overigens in het overwegend katholieke Zuiden minder revolutionair dan elders. In Brabant ontbraken, alleen al vanwege de kleine aantallen mensen, de mogelijkheden voor de kleine protestante minderheid om zich te verdelen in zelfstandige, theologisch onderscheiden groeperingen. De meeste protestanten vonden van oudsher samen onderdak in de plaatselijke “Nederlands Hervormde” volkskerk. Die mensen hadden binnen die gemeente ook zo hun meningsverschillen en hun specifieke inbreng. In de praktijk van Hoogeloon/Eersel viel daar echter in het algemeen goed mee te leven.

De Protestantse kerk van Hoogeloon/Eersel is, in een federatie, verbonden met vergelijkbare “Samen op Weg”-gemeenten in Bladel en Bergeijk. Er is een part time (0,5 fte) predikantsplaats in Hoogeloon/Eersel (evenals in Bladel en Bergeijk). De wekelijkse kerkdiensten in Eersel  en Hoogeloon worden afwisselend in de twee kerkjes gehouden.

Onze ideeën over de toekomst van de kerk hebben deze bestaande gemeente als vertrekpunt.

NIET MEER SOUVEREIN IN ONZE EIGEN KRING

Omstreeks het jaar 1900 verkondigde Abraham Kuyper het idee van de souvereiniteit in eigen kring: de kerk moest in de maatschappij verankerd zijn met haar eigen politieke organisatie, haar eigen vakbeweging, haar eigen universiteit, de Christelijke school, enzovoort. Van dat gedachtengoed is nog heel wat blijven hangen in de traditionele protestantse kerken en organisaties.

Maar in de maatschappij van nu is het idee van souvereiniteit in eigen kring niet meer houdbaar en soms vormt het een obstakel voor ons toekomstperspektief. Mensen in onze kerk zoeken  wel verbondenheid met elkaar in een kerkelijke gemeente, maar ze leven en werken in een wereld vol andersdenkenden. Daar kunnen of willen ze zich niet van isoleren. Het is in onze beleving belangrijker om in de gemeente bezig zijn over vergrijzing, euthanasie of vredesvraagstukken, dan om je samen af te vragen of de slang in het paradijs werkelijk gesproken heeft.

Kerkgenootschappen die gescheiden optrekkken vanwege historische geschillen staan met hun standpunten over de leer soms de discussie over het leven in de weg. Het SoW-proces roept de vraag op hoe daar mee om te gaan. Op zijn minst geeft het ons sterke impulsen voor interkerkelijke en oecumenische initiatieven. Dat pad voert ons verder dan de vereniging van Hervormden en Gereformeerden binnen één kerk. Er zijn in onze regio en in onze gemeente heel wat protestanten met een R.K. partner. Die zijn pas echt samen op weg. Dus leven er in Hoogeloon/Eersel veel mensen en wederzijdse families die, levend of latent, zitten met vragen over de eenheid der kerken of over het ontbreken daarvan.

Misschien heeft juist onze gemeente daardoor wel heel specifieke kansen om actief te werken aan de oecumene. Wij moeten in onze dorpen wel komen tot initiatieven over de grenzen heen, waar de kerkgenootschappen in groter verband nog lang niet aan toe zijn. Baanbrekende ideeën over oecumene ontstaan dikwijls in dit soort speciale situaties. Ze komen, van onderop, uit de gemeente, en trekken vervolgens vanaf dat grondvlak in de kerken omhoog.

Kijken we naar samenwerking tussen kerken in Hoogeloon/Eersel als een natuurlijk gegeven. We hebben echt niet alleen officieel te maken met de Gebedsweek voor de Eenheid. Steeds opnieuw valt in de praktijk te constateren, in het ene dorp en dan weer in het andere, dat we die niet moeten laten verschralen tot zo nu en dan een incidentele kanselruil. Veel hangt daar bij af van persoonlijke inzet van individuele mensen. Vrijwilligers uit onze kerk en uit de RK-parochie van Eersel spannen zich samen in voor de samenlevingsopbouw in het dorpje Telechia (Roemenie). Er was het initiatief van “Taizé-diensten” vanuit onze kerk. Dat sloeg aan en wordt nu maandelijks voortgezet in een veel breder oecumenisch verband. Ons, oorspronkelijk hervormde, kerkkoor heeft zich langs wegen van geleidelijkheid en enthousiasme ontwikkeld tot een interkerkelijk vocaal ensemble en verrijkt vanuit zijn muziek het kerkelijk beleven in heel onze streek. Onze dominee gaat mee op bedevaart naar Werbeek en de oecumenisch/liturgische werkgroep in Eersel heeft een aantal protestante leden die gestructureerde input uit onze kerk goed kunnen gebruiken.

Dit bestaande patroon van afzonderlijke activiteiten en werkgroepen zou men “de kleine oecumene” mogen noemen. Misschien is het, als geheel bekeken, wel een veel sterker verband dan velen kunnen of willen vermoeden. Het vormt een basis om vanuit de Protestantse gemeente systematischer en coherent onze gesprekspartners in de verschillende dorpen te benaderen. Misschien is het tijd dat één lid van de kerkenraad zich belast met coördinatie en uitvoering van oecumenische voorstellen en initiatieven. Zulke voorstellen hoeven voorlopig niet hoger te grijpen en verder te gaan dan wat wij samen zouden kunnen en willen doen in de dorpen die behoren tot de Protestantse kerk van Hoogeloon en Eersel. Wat dáár mogelijk blijkt verruimt voor alle betrokkenen de blik op de “grote oecumene” en op de problemen die daar spelen.

Laten wij ons vooral niet blijven blindstaren op de kerkelijke structuren. De gemeente en haar leden zullen zich in de toekomst juist veel intensiever moeten inlaten met wat zich allemaal afspeelt in de buitenwereld. Buiten de besloten gemeenschap van onze eigen protestantse kerk.

Wat vandaag in de samenleving sterker naar voren komt dan in het verleden, is het besef dat individuele mensen een eigen, vrije wil en eigen verantwoordelijkheden hebben. In een geseculariseerde wereld worden die verantwoordelijkheden niet meer overgenomen door het instituut van de kerk. Leden van een kerk staan van dag tot dag midden in de samenleving. Zij  bepalen daar zelf, door hun handelen, als “daders des woords”, welke rol hun geloof speelt in de wereld. Persoonlijk geloof kan iemand steun en perspectief geven bij het het maken van eigen keuzes en het innemen van standpunten. Zo’n geloof daagt ons uit om Christen te zijn in de Nederlandse samenleving. Om God en Zijn wereld lief te hebben, met heel ons hart, heel onze ziel en geheel ons verstand. En bij het innemen van standpunten net zo zeer met onze naaste begaan te zijn als met ons zelf. Dat is een perspectief op de wereld dat de kerk ons altijd voorgehouden heeft.

Dat is een boodschap van hoop en vertrouwen. Als de kerk die verstaanbaar maakt voor onze tijd kan dat  veel mensen inspiratie geven. 

ONZE KERK, DAT IS DE GEMEENTE

De “kerk van alle plaatsen en alle eeuwen” heeft haar theologie en haar belijdenisgeschriften, haar rituelen en gebruiken steeds verder uitontwikkeld. Die kerk staat na 2000 jaar vóór ons als een indrukwekkend monument. Maar dat bouwwerk is bijna voor iedereen veel te abstract en te massaal om te inspireren tot een levendig geloof. Soms lijkt het alsof er in de praktijk van kerkelijke organisaties alleen maar ruimte gelaten wordt aan de traditionele standpunten en antwoorden. Maar die zijn alleen hanteerbaar voor wie de kerkleer bestudeerd heeft, volgt, gelooft en beaamt.

Welke meerwaarde zou zo’n “monumentale” kerk vandaag nog bieden voor haar leden? In onzekere tijden was het altijd een geijkt en sterk punt van de kerk dat ze vasthoudend is bij het  koesteren en behouden van erkende waarden. Zo is ze haar leden tot steun in moeilijke omstandigheden. De vertrouwde boodschap geeft het individu houvast, vertrouwen en troost. Dat kan veel betekenen.Wie van ons voelt zich sterk genoeg om alléén te staan, bij het zoeken naar bevredigende antwoorden op diepe, maar eeuwig actuele levensvragen; van ethiek, van zingeving en van moraal?

Velen herinneren zich maar al te goed hoe de kerk vroeger omging met dat soort vragen. Men had daar de afdoende antwoorden in pacht. Die stonden uitgelegd in de catechismus. Rooms-Katholieken en Protestanten hadden elk wel hun eigen leerstellingen. Op de vraag “Waartoe zijn wij op deze wereld?” gaf de R.K.-kerk het heldere antwoord: “Om God te dienen en zo in de hemel te komen”.  Wij Protestanten wisten “als enige troost, beide in leven en in sterven”, dat we “voor altijd, met lichaam en ziel, niet aan ons zelf toebehoren maar aan onze Zaligmaker, Jezus Christus”. Op zulke onwrikbare fundamenten baseerden de kerken hun standpunten in maatschappelijke en ethische kwesties als oorlog en vrede, armoede en onderdrukking, over sociale wetgeving, “gemengde” huwelijken, abortus, euthanasie en emancipatie. 

Zou zo’n traditionele kerk in deze tijd nog actueel en wervend zijn? Zou ze met haar leer ook aantrekkingskracht hebben voor haar eigen leden, voor nieuwkomers van buiten af en voor mensen die er anders over denken? De vraag stellen is haar beantwoorden. Wij denken van niet. Wie zich nog onzeker voelt wordt door die leerstelligheid buitengesloten uit de besloten kring en raakt van de kerk vervreemd. Daar ligt een van de oorzaken voor het gevoel van malaise binnen de kerk. Zoekende mensen te inspireren vergt nu eenmaal een andere instelling dan ze te beleren met de officiële antwoorden op hun vragen. Dat is een pastorale opdracht voor de plaatselijke gemeenten (dus voor de Protestantse Kerk Hoogeloon/Eersel).

Tegenwoordig wordt de “Belijdenis der Vaderen”, hoe diepzinnig ook geformuleerd, niet meer algemeen en onverkort geaccepteerd als het antwoord op onze levensvragen. Zelfs niet als een norm die aan de gelovigen voorgehouden wordt in de kerk, van de kansel of door vermanende ouderlingen. In de moderne communicatie-maatschappij willen alle mensen, ook de kerkmensen, eigen antwoorden “waar ze zich in kunnen vinden”. Maar dat  hoeft nog niet te betekenen dat ze bij hun zoeken geen boodschap meer zouden hebben aan de kerk. Die kerk meldt zich met haar eigen, blijde, boodschap. Mits verstaanbaar uitgedragen kan die nog steeds mensen inspireren en op ideeën brengen.

Als gemeente bij elkaar vertalen individuele mensen voor zichzelf de abstractie van kerkleer en belijdenis, sacramenten en rituelen tot signalen van onderlinge verbondenheid. Ze voelen zich verbonden met elkaar in één gemeente en ook met de wereldkerk buiten het eigen dorp. Die betrekt ons, als plaatselijke gemeenschap van gelovigen, bij de grotere vragen en verbanden van buiten af. Dat is anders dan een in zichzelf opgaande sekte dat zou kunnen. Samen staan wij in de wereld en in die wereld zijn wij samen kerk.

Kerstmis en Pasen, Pinksteren en Hemelvaart staan in heel veel landen als “feestdagen” op de kalender. Die feesten worden in de kerk niet gevierd uit behoefte om een feestje te bouwen, maar omdat ze verwijzen naar de boodschap van de kerk in de wereld. Wie actief deelneemt in een vitale kerkelijke gemeente wéét dat woorden en daden in de kerk altijd betrekking hebben op zingeving en levensvragen. Bij het vieren van die feesten, en ook bij de zondagse kerkdiensten, bij het huisbezoek en bij de catechesaties is dat steeds de extra dimensie.

Er zijn voortdurend aanleidingen om ons te bezinnen. De dingen die we zien gebeuren en onze reacties daar op. Ons geloofsleven kan alleen maar winnen aan inhoud en intensiteit als we  het gezicht naar buiten, naar de wereld rondom ons  richten.We hoeven naar de thema’s niet te zoeken. Die worden ons spontaan aangereikt. We kunnen bijvoorbeeld samen, tegen Pasen, naar de Matthäus-Passion gaan. Dat is een stuk muziekcultuur dat we delen met heel veel andere mensen. Maar door die muziek ga je weer nadenken over het Paasfeest. Zo had Bach zijn passiemuziek toch immers bedoeld? Wij kunnen zelfs sommige van de koralen nazingen uit ons Liedboek. En ook wij zeggen het elk jaar weer tegen elkaar in onze Paasdienst: “Christus is waarlijk opgestaan”. Wat kan dat eigenlijk voor ons en voor anderen betekenen, vandaag den dag?

Of, dichter bij het dagelijkse leven in onze dorpen en misschien wat minder hoog gegrepen. Waarom zouden onze gemeenteleden zich niet enthousiast mengen en sprekers of thema’s aandragen voor het Eerselse KW-café? Daar wordt in het openbaar gediscussieerd over allerlei kwesties en thema’s van geestelijk en maatschappelijk belang. Die gaan ons ook aan! In open discussies tussen mensen van binnen en buiten onze eigen kring liggen allerlei inspiratiebronnen voor eigen activiteiten van de gemeente en haar leden.

Het gaat in een levende gemeente om de bereidheid de actuele discussies over geloof en ethiek te voeren. Niet alleen als gemeente onder elkaar, maar ook met “andersdenkenden” die we ontmoeten in de geseculariseerde samenleving.


Previous Next