Previous Next


Hoofdstuk II:   Een Belijdende Kerk


 

WAT HEBBEN WE BINNEN DE KERK TE ZOEKEN?

Het kan verhelderend werken als we de gemeente eens bekijken door de ogen van een nieuwkomer. Van iemand die naar Eersel of Hoogeloon verhuisd is en die zich nu afvraagt of hij zich bij ons thuis zou voelen. Er is meer nodig dan de aansluiting tussen zijn individuele geloofsbeleving en die van anderen in de gemeente. Het gaat er ook om ook hoe hij, en wij als kerk, ons zelf positioneren in het leven, in de samenleving. Over en weer moet dat herkenbaar zijn en herkend worden. We praten niet in tongen, als een secte onder elkaar. De boodschap van de kerk is voor de hele wereld. Die moet dus voor onze buitenstaander net zo  verstaanbaar zijn als voor ons zelf.

In de gemeente zal de bereidheid moeten bestaan om zo’n nieuwkomer open tegemoet te treden. Maar natuurlijk geldt dat net zo voor de gemeenteleden onder elkaar! We moeten elkaars gevoelens en gedachten leren respecteren en waarderen, zelfs al zouden we die niet delen.

Binnen onze protestantse kerk van Eersel/ Hoogeloon wordt gelukkig ruimte gelaten voor de veelvormige en rijkgeschakeerde opvattingen van individuele leden. Sommigen zijn zoekende, anderen meer traditioneel gelovig volgens de leer van de kerk. Ons uitgangspunt moet zijn dat we elkaar serieus en volwassen benaderen en binnen de gemeente proberen om elkaars geloof en inzichten te herkennen en te erkennen. Dan biedt de gemeente, nu en in de toekomst, een structuur waarbinnen men, ondanks persoonlijke verschillen van inzicht, samen bezig is over de geloofs- en zingevingsvragen die uit het leven op ons af komen. In die structuur kan ook een nieuwkomer zich thuis gaan voelen. 

Geeft dat soort openheid dan geen problemen? Zal het niet ontaarden in vaagheid en vrijblijvendheid? Een kerkelijke gemeente is toch heel wat anders dan een debatgezelschap waar wijsgerig geredeneerd wordt over een agenda van filosofische vragen?

Het verschil is inderdaad groot. Bij ons worden zulke vragen niet door de organisatie op de agenda geplaatst en vervolgens verstandelijk ontleed. Ze zijn in de kerk aan de orde omdat ze opkomen bij de mensen zelf. En mensen met vragen die ons aller verstand te boven gaan, die moeten zelf op zoek naar passende antwoorden. Gemeenteleden – en ook onze denkbeeldige nieuwkomer – willen bij dat zoeken best “Christenmensen” zijn. Zo vinden ze tastend hun weg naar de kerk. Wat die kerk zelf hoort uit te stralen is, dat het Christelijk geloof een boodschap bevat voor alle mensen persoonlijk.

In de kerkelijke gemeente gaat het er tegenwoordig niet meer om elkaar te bedienen met een leer die uit passende antwoorden bestaat. De gemeente is een gemeenschap van mensen met geloof en met hoop. Als het goed is zou dat herkenbaar moeten wezen, want het kleurt hun optreden in de wereld. In die geest zullen de leden van een moderne gemeente elkaar benaderen en ontmoeten, naar elkaar luisteren, gedachten uitwisselen, “zich aan elkaar slijpen”.

Waarschijnlijk doet de denkbeeldige nieuwkomer er goed aan om ‘s zondags naar onze  kerkdienst te gaan. Een goed begin om er achter te komen of hij zich bij de Protestantse Kerk in Hoogeloon/Eersel thuis kan voelen. Zijn in onze kerkdiensten de karakteristieke aspecten van het gemeenteleven ontdekken? Het is te hopen van wel. Er zijn de mededelingen aan het begin van de dienst en de collectes, het samen bidden en zingen, de preek en de zegen die ons uitzendt in de wereld. Daar moet je aan kunnen zien hoe men in zo’n gemeente met elkaar verkeert. Er is bij de beleving van een kerkdienst een grote analogie met de onderwijssituatie op een school. Om goed te kunnen functioneren moet je je daar, in die gemeenschap, in die organisatie, thuis voelen. Daarvoor is nodig dat je in de groep voldoende vrijheid, veiligheid en geborgenheid ervaart en dat je geraakt wordt door de dingen die er aan de orde komen. Dat ze – op school – je nieuwsgierigheid prikkelen. Dat ze – in de kerkdienst - raken aan waar je zelf, van binnen uit, naar op zoek was.

Moderne mensen komen zoekende naar de kerk en ze weten best dat daar geen pasklare antwoorden op hun vragen klaarliggen. Ze zoeken er een gemeenschap die bemoedigt, omdat men daar in vol vertrouwen durft te zeggen: ”Zoekt, en gij zult vinden”.

Heel sterk wordt dat zoeken naar houvast ervaren bij diepsnijdende veranderingen in het leven. Bij geboorte, huwelijk en dood staan de meeste mensen er niet graag helemaal alleen voor. Als individu zoeken ze steun “bij God”. Ze bedoelen dan: in de gemeenschap van een kerk die ze tegemoet treedt met haar boodschap van geloof, hoop en liefde.

Ook ouders zoeken de steun in de gemeente, bij het verantwoordelijk opvoeden van hun kinderen. Ouders mogen namelijk van de kerk verwachten dat ze haar boodschap van hoop voor de wereld ook uitdraagt naar de toekomstige generatie. Niet als onbegrijpelijke lessen over de catechismus, maar omdat die boodschap gaat over eerbied voor elkander en de hoop voor de toekomst.

En alle kerkgangers in een zondagmorgendienst zoeken daar iets. Ze hopen aangesproken en geraakt te worden. Ze hopen een boodschap mee te nemen uit de preek, uit de gezamenlijke gebeden. Ze voelen zich gedragen door de zegen aan het eind van de dienst. Ze zoeken in de dienst het moment van inspiratie waarmee ze in hun werk en in hun gezin vooruit kunnen.

Dáár gaat het allemaal om als de gemeente samenkomt voor een kerkdienst. Om je daar bij thuis te voelen moet wat in de dienst gebeurt herkenbaar zijn en wat gezegd wordt moet relevant overkomen. Herkenbaarheid bereik je niet door de esthetiek van een eeuwenoude liturgie onaangepast uit het “Kerklatijn” of de “Tale Kanaäns” te vertalen in de volkstaal. Dat heeft de R.K. kerk geprobeerd na het tweede Vaticaanse concilie. Maar het tegendeel bleek. Pas toen werd goed duidelijk hoe zinledig onbegrepen symboliek voor de gemiddelde kerkganger geworden was. Ritueel dat bol staat van archaische taal en onbegrijpelijke sacrale handelingen zegt ons ook niets meer. Wie daar niet van gediend is haakt af. Of gaat gewoon naar een ander concert.

In de liturgie die we kiezen voor onze kerkdiensten geeft de gemeente zich bloot. We vertellen  er, aan elkaar en aan iedere gast die dat wil horen, over ons gelovige perspectief. Hoe die boodschap over de belofte van een toekomst voor de wereld, die onze gemeente verbindt met alle Christelijke kerken, bij ons overkomt. Hier en nu, in onze gemeente van Hoogeloon/Eersel. Als gemeenschap willen wij met die boodschap samen bezig zijn, op onze open manier.

Een boodschap waar iedere kerkganger op zijn eigen individuele wijze in wil geloven, maar die voor allen samen  inspirerend genoeg blijft om zich thuis te voelen bij die gemeente.      

DE BINDENDE FACTOR

Toen de gedachten in de Denktank op dit punt belandden werden we ons bewust van een ingewikkeld probleem. Wat kan in zo’n open gemeente, met ruimte voor verschillende geloofsopvattingen, dan nog de bindende factor zijn? Kan ieder lid dan zo maar kiezen uit allerlei opvattingen en verwerpen wat hem/haar niet past? Of hebben we, als leden van één gemeente, toch iets met elkaar als de kern van ons geloven?

Wat kerkleden bindt verschilt nogal, per kerkgenootschap en per gemeente. In de katholieke traditie gaat het over gezag van de kerk in het leven van de gelovigen, die zich devoot en dankbaar instellen op de belofte van Gods genade. Bij de kerken van de reformatie werd de kerkleer het samenbindend element. Die werd wekelijks, aan de hand van bijbelteksten, uitgelegd door de predikanten en door de kerkleden tot in verregaand detail onderschreven. Wie niet met deze opvattingen wilde meegaan werd uit de kerk gezet. De kerk vond haar eenheid in haar homogene opvatting over de rechte leer.

Maar nu onze eigen gedachten. Wat verbindt mensen die zich bij elkaar vertrouwd en veilig voelen in zo’n open kerkgemeenschap met ruimte voor individuele opvattingen? In die gemeente worden we, ieder lid persoonlijk, uitgenodigd na te denken over de vraag wie/wat we zijn in de verhouding tot de ander. En tot onze God. Over wat ons raakt; over waar we naar streven; over hoe dat zin geeft aan ons bestaan. De gemeente schept het kader waarin je in gesprek kunt zijn – en blijven - met mensen die het goede in je naar boven brengen. Met mensen die begrijpen waar je het over hebt – wat in het dagelijkse leven, thuis en op het werk lang niet altijd meer het geval blijkt te zijn.

Zo’n kerk is van nature een open kerk, waar we elkaar bevestigen in plaats van beleren over wat goed is en waarom. Er moet veiligheid en vertrouwen zijn waar mensen elkaar zulke zeer persoonlijke vragen stellen. De goede vragen op het juiste moment aan de orde te stellen, dat zal een zeer belangrijk, pastoraal, aspect zijn in het gemeenteleven van de kerk die we ons voorstellen.

Wij denken dat in een moderne kerk de leden als individuele mensen in de samenleving staan. Dat soort mensen vindt zichzelf, en elkaar, op de belijdenis, persoonlijk en als gemeente, dat ze in hun leven vertrouwen op God en op Zijn liefde voor hun eigen wereld. En ook dat ze vanuit die hoop zoeken naar zingeving voor hun eigen plaats in die wereld.

Het bindt mensen samen tot één kerk als zij dat samen kunnen belijden. Over die belijdenis zal het dan verder gaan in hun kerk en hun gemeente. Hoe God’s liefde, genade en leiding zich soms openbaren en dan weer verborgen lijken. En wat daar in ons leven voor consequenties uit te trekken zijn.

Niet de genade door de kerk, niet de leer van de kerk, maar ons belijden in de kerk is de band die de gemeente samenbindt. Ook wanneer veel andere dingen onzeker geworden zijn.


Previous Next