Hoogeloon, Hoofdstraat 68 Protestantse Kerk    Hoogeloon - Eersel Eersel, Markt 38

Welkom

Geschiedenis

Agenda

Activiteiten

Kerkdienstenrooster

Bloemen

Bloemschikken

kerkblad

Kerkdiensten Audio

Contact opnemen

Preken

Diaconie

Visie en beleid

Kerkverhuur

Zaalverhuur

ANBI gegevens

Info van Bergeijk

Info van Bladel

Gemeenten Regio

Links

   

 

Zoeken met Google:

 

Dienst in Eersel op 17 februari 2013

Voorganger Ds. B.J. van Haarlem


Overdenking

 

De weg naar Pasen begint in de woestijn. Als we ons voorbereiden op het Paasfeest dan lezen we om te beginnen over Jezus in de woestijn. In de woestijn wordt Jezus op de proef gesteld door de duivel.

De woestijn is dor en droog land, doods en leeg. We lezen dat Jezus heeft gevast, dat is: Hij wilde niet of nauwelijks eten en drinken, maar in de woestijn kun je waarschijnlijk ook niet veel anders. Je moet er wel vasten of je wilt of niet.

In de woestijn ben je alleen. Je bent er op jezelf aangewezen. Er is niemand anders in de buurt. Je komt in de woestijn eerder jezelf tegen dan dat je een ander ontmoet. Het is ook de plaats waar je je van alles kunt inbeelden. Er zijn de fata morgana’s. Je ziet dingen die er niet zijn, je ziet de dingen die je zou willen zien en waar je naar verlangt, maar die niet echt blijken te bestaan. Dat wordt in het evangelieverhaal niet verteld – althans niet van Jezus – maar we horen wel dat er een stem klinkt.

De stem heeft een naam, maar het is niet erg duidelijk waar die nu precies vandaan komt. Er klinken woorden, maar de spreker blijft een vage figuur. Zo is het ook moeilijk om te zeggen waar die stem nu vandaan komt. Is het een stem van buiten of klinkt die in jezelf?

In ieder geval is het heel herkenbaar wat de stem zegt: ‘Zoon van God’ wordt er gezegd. Die stem werd eerder gehoord toen Jezus gedoopt werd. Toen Jezus met Johannes in de Jordaan stond en gedoopt was klonk er een stem: ‘Mijn Zoon’.

De stem in de woestijn herinnert daar heel bewust aan. Maar is het wel dezelfde stem, ook al lijkt het er sterk op? De duivel doet zich voor als God. Dat is misschien wel het grootste gevaar. Je denkt een woord van de Heer te horen, maar dan blijkt dat niets minder waar is dan dat. Er is een uitspraak van Luther dat de duivel de aap van God is. De duivel is een meester in het zich voordoen als en zich uitgeven voor God. Het is geen onschuldig spel.



De duivel. Wij kunnen ons daar niet zoveel meer bij voorstellen. Wij hebben niet echt meer een beeld van de duivel. De duivel die ons bedreigt kunnen we ons niet zo goed inbeelden. Als je een duivel wilt zien, moet je naar een goede horrorfilm kijken.

Voor Luther was het bestaan van en de strijd tegen de duivel heel werkelijk. Hij leefde om zo te zeggen nog met één been in de middeleeuwen. Hij is wel eens een mens tussen God en duivel genoemd. Hij voelde zich vaak bedreigd en in het nauw gebracht door de duivel. U kent misschien het verhaal wel dat Luther zich eens zo aangevallen voelde door de duivel dat hij een inktpot pakte en die naar de duivel toe gooide. Natuurlijk is het ook zo dat die inktvlek zo nu en dan zorgvuldig bijgewerkt wordt om de herinnering levend te houden. Zo werkelijk en zo moeilijk was dat gevecht voor Luther. Regelmatig schrijft hij in zijn brieven over zijn gevecht met het kwaad. Hij kan zich ook wapenen dor het zingen van een lied. De muziek, zegt Luther, jaagt de duivel op de vlucht. Het zingen van een lied maakt hem vrolijk en vrij. Daarom klinkt voor hem in de muziek de taal van het evangelie.

In zijn strijd tegen de duivel betekende het ook veel voor Luther dat hij gedoopt was. Op de moeilijke momenten, als hij bang was het te kunnen verliezen dan riep hij, of schreef hij: ik ben gedoopt. De strijd tegen het kwaad was voor hem een gevolg van de doop. Wie gedoopt is en op de weg van Christus is gezet, die krijgt de duivel als tegenstander, zei hij. Gedoopt worden is de confrontatie aangaan met het kwaad in de wereld, met de oude mens in jezelf. Het is geen grap om tegen de duivel in te gaan, aldus Luther.



Ook de evangelisten benadrukken de verbinding die er is tussen de doop van zijn Jezus en zijn beproeving door de duivel in de woestijn. De volgorde van de beproevingen is in het Lukasevangelie wel bewust anders dan bij Mattheüs. Bij Lukas is de laatste – en dus ook de grootste – verzoeking de vraag naar het vertrouwen op God van Jezus. De derde ontmoeting is in Jeruzalem, op het dak van de tempel.



In deze ontmoeting staat alles op scherp en op het spel. Dat is niet in elke ontmoeting zo, dat alles er van hangt. Maar het is wel zo dat in elke ontmoeting iets zichtbaar wordt van wie je bent. Of dat nu een ontmoeting is met jezelf of met een ander, of het nu een ontmoeting is met de duivel of met God, steeds is er iets te merken van de mens die je bent en die je wilt zijn. In elke ontmoeting, hoe kort of hoe vluchtig misschien ook, klinken vragen: waar ben je, wie ben je, wat wil je, wat doe je?



Er klinkt een uitdaging: zorg voor jezelf, kies voor je eigen bestaan, kom voor jezelf op, maak jezelf waar… Heb je honger? Maak van stenen brood, gebruik je macht. Wil je iets te zeggen hebben? Ik zal het je geven. Wil je weten wat je vertrouwen waard is, wil je laten zien dat God met je is? Spring… Maar er is een prijs.



De vragen maken duidelijk wat er niet gevraagd wordt. Het zal niet gaan om vrome waaghalzerij. Het komt aan op de lange weg van gehoorzaamheid en geduld, de weg van het luisteren naar en doen van de geboden. Voor Jezus wordt het ook de weg van lijden en sterven. Het gaat niet om de weg van het kiezen voor jezelf. Er is een andere weg te gaan en die is nog veel langer dan deze veertig dagen en nachten in de woestijn.



Voor zijn die vragen en keuzes goed te herkennen. Nu we leven in een tijd van onzekerheid en vragen, in een tijd waarin we spreken over een crisis, krijgt die stem ook voor ons betekenis. Luisteren wij naar de stem die zegt: kies voor jezelf, waarom zou je het jezelf zo moeilijk maken, wat heb je met anderen te maken? Of vinden we wegen die we kunnen gaan met elkaar. Wegen waarop we niet alleen aan onszelf denken, voor onszelf opkomen, voor onszelf kiezen, maar misschien juist een stap terug willen doen.



Op die weg mogen we ons gedragen weten door de Heer zelf, die deze weg is gegaan, staande is gebleven en gedragen is: door de dood heen naar het leven. Het mag ook onze weg van licht en leven, van vrede en recht zijn.