Hoogeloon, Hoofdstraat 68 Protestantse Kerk    Hoogeloon - Eersel Eersel, Markt 38

Welkom

Geschiedenis

Agenda

Activiteiten

Kerkdienstenrooster

Bloemen

Bloemschikken

kerkblad

Kerkdiensten Audio

Contact opnemen

Preken

Diaconie

Visie en beleid

Kerkverhuur

Zaalverhuur

ANBI gegevens

Info van Bergeijk

Info van Bladel

Gemeenten Regio

Links

   

 

Zoeken met Google:

 

Dienst in Eersel op 28 april 2013

Voorganger Ds. J. Fijn van Draat

Orgelspel

Welkom en mededelingen

 

Stil gebed

lied: psalm 33: 1, 2

Groet, bemoediging en drempelgebed

lied: psalm 33: 4

smeekgebed

lied: psalm 33: 7, 8

gebed

inleiding bij de lezing

schriftlezing: Johannes 15: 9 t/m 17 (lector)

lied: gezang 75: 1, 3, 8

preek en orgelspel
lied: gezang 90: 1, 10, 11

inzameling van de gaven
gebeden + accl. pg. 12 (Heer, onze God, wij bidden U, verhoor ons)
Slotlied gezang 423
Zegen
orgelspel

 


Schriftlezing Johannes 15: 9 – 17

 


Inleiding (eerst lezen: Joh. 15: 1- 9) - Straks hoort u het vervolg op de schriftlezing van Joh. 15: 1-9.
Die ging over de wijnstok/Jezus en de ranken/zijn leerlingen/de gelovigen. Een innige eenheid. Opnieuw onderstreept Jezus in hetvervolg deze eenheid. En wel in Joh. 15: 9 – 17.
- De pericoop van vandaag staat in het gedeelte dat wel Jezus’ afscheidsrede wordt genoemd. Hij spreekt de zijnen toe om hen te bemoedigen voor de nabije tijd en voor de toekomst.
- Vandaag komen we in de buurt van hemelvaart. Bij uitstek een zondag waarop we stilstaan bij Jezus’ laatste woorden op aarde voor de zijnen. En die lezen we uit het Johannes evangelie. Een geestelijk evangelie. Waarin de diepte van Jezus’ nalatenschap aan ons wordt gepeild.



Lezing

 


Gemeente van JC
Ik vind het nogal wat, dat zinnetje (vs 16): ‘Wat je de Vader in mijn naam vraagt, zal Hij je geven.’ Of, een paar verzen eerder (vs 7), zoals we eerder hoorden: ‘Als jullie in mij blijven en mijn woorden in jullie, kun je vragen wat je wilt en het zal gebeuren’.
Ik vind het nogal wat, zoiets.
Vragen wat je wilt; wat je ook zal vragen...
Want vragen en wensen hebben we in overvloed. Op de top tien in Nederland staat; gezondheid, geluk, goede relaties, prettig werk.
Ik wil u en mij hieromtrent iets meegeven. En doe dat aan het eind van de preek. Want om de diepte van deze uitspraak te verstaan, zullen we iets van het Johannes evangelie moeten verstaan. Ik neem u mee naar het wezenlijke van zijn boodschap aan de hand van een drietal insteken.

1. De grote wereldreligies worden wel eens onderscheiden in twee stromingen. Die van het verre oosten: Hindoeïsme en Boeddhisme. En die van het midden-oosten: de zng. drie boekreligies: jodendom, christendom en islam.
Deze laatste drie godsdiensten hebben niet alleen gemeenschappelijk het monotheïsme, het geloof in één God: schepper en voltooier. Maar ook een overeenkomst vanwege hun heilige boek. Er is een tenach, bijbel en koran.

Ik zal het niet ontkennen.

Toch wil ik nóg een onderscheid maken.
Dat is: jodendom en islam léven vanuit hun boek: de voorschriften, regels, wetten, wijsheden; toegepast binnen de traditie op concrete situaties. Jodendom en islam leven vooral vanuit hun boek. En dan vooral vanuit de toepassingen (Talmoed/e.d. en Sharia).
Maar het christendom leeft ten diepste vanuit een persóón: Jezus Christus.
Het christendom kun je dus veeleer ipv een boekreligie een persoonsreligie noemen.
Natuurlijk: ook wij letten op levensregels vanuit het boek. En op wijsheden en bemoedigingen. Maar ten diepste gaat het niet daarom, maar om Jezus Christus.
Onze twee grote christelijke symbolen duiden daar ook op.
In de doop belijden we dat hij en wij samensmelten: niet meer ik, maar Christus leeft in mij (Gal. 2: 20).
En in de Maaltijd belijden we hetzelfde: hetzij wij leven, hetzij wij sterven: wij zijn van Christus.
Het christendom is niet zozeer boekreligie, maar persoonsreligie.
Dat is de eerste insteek.


2. De tweede insteek.
Ons boek, onze bijbel, ons NT kent vier evangeliën.
Mt, Mc, Lc en Johannes.
De eerste drie hebben grote overeenkomsten. De laatste: Johannes, heeft een totaal eigen kleur. Nu ga ik u niet alle verschillen opnoemen, dat is meer iets voor een leerhuis of gespreksgroep.
Met het oog op deze preek haal ik er één ding uit.


De drie eerste evangeliën worden ook wel de synoptici genoemd. Een woord dat betekent: samenlezen of tezamen bekijken.
Ze hebben wel hun eigen accenten en insteek, maar wat opvalt is dat ze alle drie schrijven over Jezus die het Koninkrijk van God aankondigt. Over een Jezus die het steeds maar heeft over het Koninkrijk van zijn Vader of over HET Koninkrijk.
Jezus wil dat koninkrijk leven in woorden, verhalen, gesprekken en gedrag; het leven en uitbeelden. Bij de synoptici is Jezus’ zending: Gods Koninkrijk.
In het vierde evangelie, het Johannes’ evangelie, spreekt Jezus niet over Gods Koninkrijk, maar over zichzelf.
Hijzélf staat centraal in de zeven Ik-ben woorden. (eventueel noemen).
Keer op keer op keer, zo betoogt, zo betuigt Johannes: wie God wil zien, moet naar Jezus kijken. Wie Gods menskind wil worden, moet Jezus’ leerling worden. Wie Gods kracht wil meemaken, moet zich aan Jezus hechten.
Want: ‘Deze dingen zijn opgeschreven, opdat u gelooft, dat Jezus de messias is, de zoon van God en opdat jullie door te geloven leeft door zijn naam. (Joh. 20: 31).’
Dat is heel het evangelie lang Johannes’ boodschap.
Niet een boek, niet regels of wijsheiden, niet Gods Koninkrijk. Jezus Christus zélf.
In hem alle regels en wijsheid, in hem Gods koninkrijk, in hem Gód zelf.
Jezus is de Christus, de goddelijke messias, de zoon van God.
Midden onder ons.
In de schepping, op aarde: God in deze mens Jezus, die daarom de Christus is.

3. En dan onze derde insteek.
Johannes is het vierde evangelie. En ook het laatste tot stand gekomen, zo tegen het eind van de eerste eeuw, zeg maar rond 100 na christus.
Stilzwijgend gaat het uit van wat al bekend is over Jezus Christus.
En is geschreven voor de derde generatie christenen.
Opgebouwd uit oude woorden van Jezus, overgeleverd door vele oog- en oorgetuigen, verzameld, aangevuld.
Voor die derde generatie christenen was zo’n evangelie wel nodig.
Want de eerste spirit is er uit.
Zo rond 100 na christus begint wel het punt van de lange adem.

In de buitenwereld speelt: de romeinse overheid. Er komen meer en meer christenen, die zich in leven en sterven hechten aan Jezus, ipv aan de keizer, de grote führer.
Kleinschalige vervolgingen en ook werkweigering en vernedering vallen hen ten deel.

In de buitenwereld speelt ook: de verbanning uit de synagoge.
Intussen zijn de tempel en Jeruzalem verwoest door de Romeinen. En de joodse bevolking grotendeels uit Judea verdreven. Wat de joden blijft is hun synagoges en hun boek en hun rabbies.
Op zulke cruciale momenten komt het op je identiteit aan! Dus wordt besloten de joden die Jezus Christus aanhangen uit de synagoge te weren.
Johannes schrijft ws. vooral voor joodse christenen, die te lijden hebben onder verbanning uit synagoge en vernedering door de romeinse overheid.

In de binnenwereld van deze derde generatie crhistenen is ook het een en ander in beweging.
Want wat is dan precies die eigen geloofsidentiteit; wat de rituelen; en hoe de organisatie!?

Als we dit tot ons laten doordringen met het oog op onszelf is ons dat ook niet vreemd.
Vernedering door onze cultuur: een christen zijn, een kerkganger in de Kempen zijn, het is echt niet ‘bij de tijd’.
En die geloofsidentiteit. Ja, ik weet, we proberen er veel gezelligheid uit te halen. Maar ik bedoel: onze geloofsidentiteit!
In de Kempen bij de ingeschreven leden is er van alles en nog wat.
Van bezig zijn met je eigen groei en ontwikkeling; van Jezus zien als goed mensvoorbeeld; van ik- ben- een -belijder; van je wilt toch ergens bij horen; van sociale bewogenheid; van een diep –soms ronkend- gevoel in je hart, van...
Tja, een gemeenschap met een geloofsidentiteit, we kunnen er over meespreken.
Netzo als over hoe bv. in onze tijd de organisatie het best is.
Daar zijn we als kerkenraad ook druk mee bezig. Met het oog op de eigen gemeenschap, met het oog op de wereld.
Met het oog op...... ja op geloofsidentiteit. Wie zijn we – wij christenen- voor onszelf, voor anderen.


Laat ik u maar eens wat bekennen.
In mijn jongere jaren was ik niet zo gelukkig met het Johannes evangelie.
Gaf mij maar Marcus, heerlijk kort en bondig; of Lucas met zijn ongeëvenaarde gelijkenissen. Naarmate ik ouder word, vat ik ons vierde evangelie beter.
Ontstaan in een groeiproces van jaren, vanuit de schatten der apostelen, vanuit de wijsheid van gelovigen. Geschreven voor aangevochten groeperingen: derde generatie christenen.
Het is een geestelijk evangelie geworden met maar één boodschap:
Hoe de buitenwacht om je heen ook is, weet: ‘niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij’.
De gezaaide wil als oogst in je woning maken. Dus ducht geen vernedering. Wees in alle vrijmoedigheid en deemoedigheid licht.
En hoe het ook rommelt in de binnenwereld: wie zijn wij nu eigenlijk als PKN, en hoe staan we tegenover andere kerkgroeperingen. En hoe is het met mijn eigen geloof?!
Het Johannes evangelie boodschapt: de gezaaide wil als oogst in jou woning maken. Geef je aan hem over. Je bent niet een slaaf, zonder benul, zonder innerlijk band met je heer. Christus noemt je vriendin, vriend.
Heel zijn persoon, heel zijn wezen kómt van God, is God. Heel zijn persoon, heel zijn wezen geeft hij ons in handen. Laat hem binnen, vertrouw je aan hem toe.

Dan zal er iets wonderlijks gebeuren.
Als hij in jou is en jij in hem. Dan kun je in zijn naam vragen wat je wilt. Je vraagt dan altijd zuiver, altijd om God zelf.
Wat je de Vader – in zijn naam - vraagt, zal Hij je geven.
Maar ja, natuurlijk.
We vragen God om Christus zelf. In ons leven , als de gezaaide. We vragen God om de oogst: inzicht en wijsheid.
We vragen om vreugde te ontvangen en te geven.
We vragen om tijdens ons leven niet dood te zijn, en na onze dood te mogen worden opgenomen in God.
Een geestelijke boodschap van Johnnes aangaande Jezus Christus op deze zondag voor hemelvaart.
Hij is de goddelijke messias, de zoon van God, voor ons.
‘Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Blijf in mij’.

amen