Hoogeloon, Hoofdstraat 68 Protestantse Kerk    Hoogeloon - Eersel Eersel, Markt 38

Welkom

Geschiedenis

Agenda

Activiteiten

Kerkdienstenrooster

Bloemen

Bloemschikken

kerkblad

Kerkdiensten Audio

Contact opnemen

Preken

Diaconie

Visie en beleid

Kerkverhuur

Zaalverhuur

ANBI gegevens

Info van Bergeijk

Info van Bladel

Gemeenten Regio

Links

   

 

Zoeken met Google:

 

Dienst in Hoogeloon op 7 juli 2013

Voorganger Ds. J. Fijn van Draat

Dienst rondom Franciscus van Assisi

Orgelspel

Welkom en mededelingen

 

bemoediging en groet (pace e bone)

lied: psalm 1: 1, 2

tekst als verootmoediging pg. 16, 17, 29

tekst als lofprijzing pg. 35

lied: gezang 472: 1, 2

 

gebed: tekst pg. 9

schriftlezingen: Psalm 117 en Mt. 13: 45 + 46

lied: gezang 326: 1

 

inleiding

 

lied: gezang 341: 1, 3

3 overdenkingen gekoppeld aan lied:

gezang 400: 1, 2

gezang 400: 6, 7, 8

gezang 400: 9, 12

schriftlezing Mt. 6: 25 t/m 34 (lector)

 

inzameling der gaven

gebeden pg. 37 + het ‘vrede gebed’ + stil gebed + Onze Vader

slotlied: gezang 44

zegen

orgelspel

 

NAGESPREK

 

 


Inleiding

Il poverello, zo wordt hij vanaf den beginne –liefkozend- genoemd.
De kleine arme man.
Giovanni Francesco Bernardone, geboren in 1182 als zoon van een welgestelde lakenkoopman in Assisi (Italië). Hij sterft in 1226.

Het knispert en knettert in de 13de eeuw. Onder het volk (in heel Europa) is er een religieus reveil: het gaat om persoonlijke spiritualiteit; boetepredikers en armoedepredikers springen als duveltjes uit doosjes overal te voorschijn. Tegelijk zien we de aanzetten van de moderne tijd die komen gaat: naast de adel en de geestelijkheid komt de derde stand op, de burger, als zelfstandig wezen. Een economische en culturele machtsfactor; en daarnaast komen wetenschappen en universiteiten, ook een maatschappelijke machtsfactor dus van het zelfstandig denkend individu.

In deze tijd leeft il poverello.
Hij boeit, figuurlijk, vanwege zijn eenvoud en beminnelijkheid, zijn ontspanning en kunnen loslaten, en vanwege zijn concentratie op het ene (God in JC). Hij boeide, ook letterlijk al tijdens zijn leven: hij trok namelijk ontzettend veel volgelingen aan, die in hem hun grote leidsman, ja een Christus zagen. Kort na zijn dood volgt zijn heiligverklaring en op instigatie van de toenmalige paus wordt er een biografie geschreven (door Celano, later nog een door Bonaventura).
Typisch een ME hagiografie, zij het in de kern wel kloppend.
De beweging die op gang komt, de franciscaanse armoede orde, grijpt met ongelooflijke en vurige vaart om zich heen. Een halve eeuw na zijn dood zijn er in heel Europa zo’n 1130 kloosters en 30 tot 35 duizend aanhangers.

In deze dienst haal ik een paar opvallende aspecten van il poverello naar voren. Waarbij we dan steeds een couplet van het zonnelied zingen. Tot slot horen we de schriftlezing: Mt. 6: 25 – 34.
Vanuit het leven van Franciscus bezien, spreekt deze lezing klare taal.

lied: gezang 341: 1


Eerste overdenking

 


Tot voor kort riep de naam Franciscus bij mij iets op van grote ernst:
de man van de armoede beweging;
de man die verzoening bewerkstelligde;
de man van de stigmata.
Slechts onlangs kwam ik die andere kant op het spoor, en wel die van de vrijbuiter. En daar begin ik dan ook maar mee als typering. Want al die ernstige aspecten zijn daar van doortrokken.
Ik poverello zal altijd ook de zwierige, de beminnelijke blijven en zo harten stelen.

Zijn eerste biograaf Celano beschrijft hem tot zijn 25 ste jaar als zwierig, verfijnd, verkwistend, een gangmaker en hoffelijk. Hij was de aanvoerder van de jeugd in Assisi en was vaak de instigator van menig feestje.
Hij wordt getekend als vrolijke gangmaker, maar ook als iemand die niet knieperig was en het geld liet rollen. Ooit op bezoek in Rome zag hij de zuinige offertjes die gegeven werden.
En met een theatraal gebaar schonk hij zijn hele beurs en ruilde daarna van kleren met een bedelaar.
Franciscus de speelman, de ludieke, de improvisator.

Dat vrijbuiterige en zwierige blijft hij behouden als hij gaat leven volgens zijn grote ideaal van armoede. In die tijd waren er vele armoedepredikers. Maar F. werd nooit fanatiek.
Als hij eens ziet dat zijn broeders echt honger hebben, laat hij ze eten klaarmaken en eet zelf mee. En zegt vervolgens: vergeet nu de maaltijd, maar nooit de liefde.
Hij die zichzelf zeer strikt aan zijn armoede ideaal hield, zozeer zelfs dat hij zijn eigen lichamelijke gezondheid verwaarloosde (‘broeder ezel’), hij bleef ook na zijn ommekeer de hoffelijke en zwierige man.

Die omkeer in zijn leven kwam door verschillende gebeurtenissen: - gevangenschap in Perugia, - ziekte, - feestmaal (geluksgevoel), - melaatse (hand kussen).
Kortom: het woelde in hem: wie ben ik en welke richting gaat mijn leven uit.......
Rond zijn 25 ste spreekt in een vervallen kapelletje het kruisbeeld tot hem: ‘Herstel mijn huis’.
Dit wordt door F. zowel letterlijk als figuurlijk verstaan.
Hij zal het kapelletje samen met vrienden steen voor steen ambachtelijk herstellen.
Nog steeds in die staat te zien, niet ver van Assisi (San Damiano).
Ook verstaat hij het figuurlijk: hij moet het huis van God, de kerk, de wereldkerk stutten en herstellen.
En dat doet hij door navolging van Christus.
Hij wordt een zwervende asceet, een zonderling, een vrij man.
En herstelt zo zijns inziens als het ware weer de kern en het wezen van de kerk.

Deze metanoia, omkeer, deze breuk met het verleden is door diverse schilders afgebeeld (scene op de markt; vader; mime van naakt en bisschopsmantel).
In dat spel, met deze mime, in deze symboolhandelingen gaat F in het voetspoor van diverse OT profeten en ook Jezus maakt gebruik van mime/theater.
Denk aan de voetwassing (nog gretig door pausen toegepast) en de tempelreiniging.

Il poverello, de beminnelijke en zwierige die harten stal. En hij wist het zelf niet.
Ooit vroeg een broeder hem: ‘Waarom jij, waarom jij?’
En antwoordt il poverello: ‘juist omdat ik niets voorstel, daarom.....’

lied: gezang 400: 1, 2



Tweede overdenking

 


‘Waarom jij?’ Antwoord: ‘juist omdat ik niets voorstel, daarom’.
Il poverello wilde als Christus de mindere zijn ten aanzien van alles en iedereen.
Na zijn omkeer zal hij tot aan zijn dood in radicale onthechting leven.
Dat ging bij hem zonder krampachtigheid. Ook legde hij die onthechting in zijn preken –hij trok rond om te preken, tot in Syrië toe- aan niemand op.
Maar werd je eenmaal volgeling, ja dan wel; dan geen bezit, al was het maar een stukje van de bijbel of liedboek.
Het ging hem bij die armoede –hij noemde haar zijn meesteres- niet zozeer om de armen an sich. Het ging hem bij armoede om de onthechting, om het kunnen loslaten van alles wat knellend kan werken.
Op het moment dat hij niets meer bezat en een zwervend bestaan ging leiden, voelde hij zich rijk en een vrij man.
Hij leefde van de hand in de tand. Af en toe werkend bij boeren, bij melaatsen en bedelen. Dat laatste zag hij trouwens niet als bedelen, maar als lenen; want de ganse aarde is van God.
Bovendien was Christus in zijn ogen ook arm. Wat een F.kenner later de opmerking ontlokte: F. zat er exegetisch meestal flink naast, maar bijbels trof hij vaak de kern.

Zijn armoede ideaal ontstaat uit een diepgevoelde behoefte Christus na te volgen in diens eenvoud en dienstbaarheid; en vanuit een innerlijke vrede/harmonie.
Dat gevoel van harmonie komt tot uiting in het zonnelied dat hij in zijn laatste levensjaren schreef: God en diens schepping en alle schepselen worden geloofd.
F voelde zich door zijn zwervend buitenleven één met alles.
Eén met de elementen vuur, water, aarde, wind;
één met alle mensen: groten en kleinen, goeden en slechten;
één met het leven zelf en dus ook met de dood.
Want alles is van en komt en gaat tot God.
De armoede die F. verkiest is een zgn. ontwikkelde armoede, geen verpaupering.
Hij is zelfgekozen en vrijwillig.
Ik denk dat hij een gelukkig mens was, in die zin dat hij zijn ultieme levensbestemming heeft gevonden en kunnen leven.
“ Toen hij alles had weggeven werd alles van hem. De umbrische heuvels werden zijn huis, de vissen en de vogels (daar had hij het meeste mee; hij had hekel aan mieren en muizen) zijn vrienden, de bossen en bloeiende bomen werden hem door de schepper aangeboden als een geschenk”.

lied: gezang 400: 6, 7, 8



Derde overdenking

 


Ik denk dat hij een gelukkig mens was, omdat hij zijn ultieme levensbestemming vond en heeft kunnen leven.
Eenwording met Christus.
Zijn eerste biograaf (Celano) beschrijft hem als een tweede Christus.
Hij roept broeders,
hij verricht wonderen,
hij trekt rond om te preken.
Die preken zijn gericht op verzoening. Met een meesterlijke naïviteit en spontaniteit weet hij vijanden bij elkaar te brengen.
Hij trekt zich regelmatig terug; alleen in een kluis om te bidden.
Aan het eind van zijn leven worden hem via een engel/Christus zelf de vijf kruiswonden van Jezus toegebracht (ingekerfd).
In de kwart eeuw daarna zal dat ook 320 anderen overkomen en ontstaat de naam ‘stigmatisatie’.

Kortom: il poverello wil de nederige en mindere zijn en opgaan in Christus, met hem versmelten, eenworden.
Oftewel: hij is een levend geworden gebed.
Oftewel zoals zijn tweede latere biograaf (Bonoventura) het zegt:
‘Il poverello. Een figuur die aantrekt en ook afstoot door zijn radicaliteit’.
Hij is een laaiend vuur. En heeft zoveel in zich dat hij door de loop der eeuwen symbool wordt voor: bevrijd leven, liefde voor de schepping, armoede, moed, radicaliteit, onbezorgdheid, vreugde, ongekunsteldheid, creativiteit, ontspanning, spontaniteit, improvisatie, speelsheid, provocatie
en concentratie op het enige, nl. de parel van kostbare waarde.

lied: gezang 400: 9, 12 schriftlezing: Mt. 6: 25 t/m 34



amen