Hoogeloon, Hoofdstraat 68 Protestantse Kerk    Hoogeloon - Eersel Eersel, Markt 38

Welkom

Geschiedenis

Agenda

Activiteiten

Kerkdienstenrooster

Bloemen

Bloemschikken

kerkblad

Kerkdiensten Audio

Contact opnemen

Preken

Diaconie

Visie en beleid

Kerkverhuur

Zaalverhuur

ANBI gegevens

Info van Bergeijk

Info van Bladel

Gemeenten Regio

Links

   

 

Zoeken met Google:

 

Openlucht viering in Eersel op 21 juni 2013

Voorganger Ds. J. Fijn van Draat
Organist dhr. Ab Visscher (en zoon Maarten, viool)


 

Orgelspel

Welkom en mededelingen

 

lied: psalm 84: 1, 2, 3

gebed

schriftlezing: Mt. 13: 24 – 35 (lecto)

lied: Tussentijds nr. 93 -1x orgel, 2x gezongen-

overdenking

lied: Tussentijds nr 96

overdenking

lied: Tussentijds nr. 48

gebeden, waarbij we zingen:

lied: Tussentijds 16: 2, 4, 6, 8, 10

inzameling der gaven

presentatie van de tentoonstelling door Jenny Enneman

en aanbieden van het historisch boek door Helga Sanderse

slotlied: gezang 21: 1, 3

zegen

orgelspel

 


Overdenking


Twee honderd jaar kerk. D.w.z. twee eeuwen protestant kerkgebouw(en).
"Hoe lieflijk zijn uwe woningen, o Heer der heerscharen.
Mijn ziel verlangt, ja smacht naar de voorhoven des heren" (Psalm 84).
Hoe trots en gelukkig zullen de protestanten twee eeuwen geleden geweest zijn, toen zij de voorhoven van hun kerkjes konden betreden.
De een heeft weliswaar helemaal geen voorhof, je valt zogezegd met de deur in huis of met de neus in de boter (hoe je het bekijkt);
en de andere heeft een kleine voorhof; maar toch....
Lieflijke gebouwtjes, wat zeg ik...... gebouwtjes, woningen van God, Gods huizen.

Twee eeuwen kerk.
Dat woord komt van 'kuriake' = 'wat van de Heer is'.
En ieder snapt dan wel dat het bij kuriake/kyriake (wat van de Heer is) niet alleen gaat om de (kerk)gebouwen, maar om de gemeentes in alle plaatsen en tijden (wereldwijd en eeuwenlang).
Die gemeente die gaat en gaat en in haar gang:
sturing en leiding nodig heeft
roeping en bijstand
en bij valpartijen weer moet worden opgeraapt.
Zij, i.e. gemeente, zij i.e. kerk heeft weet van haar dragende grond en belijdt die met de oude woorden:
Ik geloof in God de Vader, en in de Zoon en in de HG.
Geloven als vertrouwen.

En natuurlijk zegt of zingt de gemeente, de kerk NIET: ik geloof IN de kerk.
Ze zegt of zingt: ik geloof de heilige katholieke kerk (credo sanctam ecclesiam catholicam).
Niet dus: ik geloof IN de kerk, maar ik geloof 'de kerk'.
Ze gelooft namelijk niet IN zichzelf, ze stelt haar vertouwen niet IN zichzelf.
Ze stelt haar geloof en vertrouwen IN de Vader, Zoon en HG.
Kortom: de kerk, de gemeente gelooft niet In de kerk, maar gelooft 'de kerk'.

Ze spreekt daarmee uit dat ze het voorlaatste is.
Dat ze leeft van het licht en de goedheid en de inspiratie van Vader, Zoon en HG, het zng. laatste.
En dat ze zo, en alleen zo bestaat, ja kan bestaan.
Dat ze zo en alleen zo kerk is, kuriake: 'van de Heer'.
Gemeentes.... een gemeente is gaan en gaan; de plaatsen en tijden door en heeft in haar gang sturing en leiding nodig;
roeping en bijstand;
en bij valpartijen moet worden opgeraapt.
Zij, die gemeente, kerk heeft weet van haar dragende grond en belijdt die met de woorden van Tussentijds nr 96 (ZINGEN).


Twee honderd jaar kerk. D.w.z. twee eeuwen prot. kerkgebouw(en).
"Hoe lieflijk zijn uw woningen, o Heer der heerscharen.
Mijn ziel verlangt, ja mijn ziel smacht naar de voorhoven des Heren;
mijn hart en mijn vlees jubelen tot de levende God".
Hoe trots en vooral ook hoe gelukkig zullen de protestanten twee eeuwen geleden geweest zijn.
Want een gemeente mag zich dan laten roepen om te leven en te gaan.......
Het blijkt dat een plek, een oriëntatieplek van groot belang is.
Een plek om God te zoeken, aan te roepen en te prijzen.
Een plek om elkaar DAARIN te ontmoeten.
En plék die een eigen wijding, kaliber, gehalte heeft.
Kortom: een gebouwtje, een tempel, een kerk of kathedraal, of een recreatie zaaltje in verpleeghuis, met een paar handgrepen zoals kaarsen, bloemen, een bijbel en antependium omgebouwd in 'kerk'.
Zulke plekken zijn van wezenlijk belang, blijkt de eeuwen door.
Voor een gemeente als vierplek en plek van inspiratie en ontmoeting.

En als dat nou niet mogelijk is.
Als je op de vlucht bent; of als je kerk door een menselijke of natuurramp verdwijnt;
of als je gemeente geen geld voor onderhoud van een vierplek meer heeft........
Wat dan?
Verloopt de gemeente en daarmee de kerk?
Verdwijnt ze?
Ik denk wel dat ze verloopt.
Want zonder een duidelijk aanwijsbare plek, met gehalte - en dat kan laag of hoogdrempelig zijn, denk aan bv. de Cathrien in Eindhoven of ons kerkje in Hoogeloon-;
zonder een plaats/plek zal een gemeente, een kerk het moeten hebben van haar leden:
die het de moeite waard vinden om iets te bedenken (SELA).
- Zoals schuilkerken, op diverse min of meer verborgen locatie.
- Of samenkomsten 'onder een eik'.
- Of elders aanhaken;
- Of een happening zonder binding aan welke gemeente dan ook in een polder.
- Of ja of ....
Wat zouden wij doen?

Zou er in ons een deel van het vuur van ds. Lagerweij zijn, die in 1887 nav de doleantie = afscheiding van de Gereformeerde kerken sprak: "Niet dolerend hebben wij een eigen roeping te vervullen. In het midden tussen Roomsch bijgeloof en Protestantsch ongeloof moet onze eigen kerk voor allen een zichtbaar lichtbaken zijn en blijven"......
(Joke: het gaat me niet om de gedateerde inhoud van toen, maar om de hartstocht>>).
'Onze eigen kerk'; deze ds. uit de 19de eeuw heeft het over een belijden, een visie, een profiel.
Maar toch ook wel over de twee plekken: dat die er zijn: die protestante vierplekken en dat die protestanten zich niet laten afleiden door scheuringen!

Wat zouden wij doen anno 2013???!! En over twaalf jaar in 2025?!


Jezus, o.a. de leraar spreekt zeer vaak in gelijkenissen.
En geeft toen en nu voor hoorders inzichten of doorkijkjes.
Er zijn er beroemde over relaties of over ethische/ethnische/religieuze kwesties.



Veel laagdrempelige zijn z'n zgn. natuurgelijkenissen; die zijn soms heel kort.
Ontleend aan het leven op het land, het buitenleven.
De schare, de menigte is toegestroomd vanwege de hype die Jezus is, een zgn. 'event'. En hij spreekt klare taal, zgn. laagdrempelig.
Hij spreekt over kaf en koren, en daarmee over goed en kwaad.
Deze twee blijven niet alleen in de natuur gemengd, tot hét moment daar is;
maar ook in het sociale leven en ook in de kerk/ de gemeente blijven zij gemengd, tot hét moment daar is.
Goeden en kwaden, kleinen en groten. Het loopt door elkaar heen:
wij allen behoren tot het VOORLAATSTE.
En er zullen dus tijden zijn van grote hypes en goedgevulde kerken.
En er zullen tijden zijn van angst of armoede, of onverschilligheid.
Golfbewegingen, de eeuwen door.

Dat zelfde koninkrijk van God kan worden beschouwd als het kleinste der zaden, wie ziet het?
Of als het zuurdesem in brood, zorgvuldig door een vrouw/God aangebracht, verborgen, wie merkt het op?
Even zijn wij ZO buiten bijeen als de schare, als de menigte.
Wij bestaan uit kaf en koren; ws. allebei.
En onze drang tot Gods koninkrijk in ons leven blijkt vanzelf wel. In ons leven,

Voor alsnog mogen wij zijn 'kyriake', 'wat van de Heer' is.
En Hem in ons leven van alledag aanroepen, ieder voor zich en met elkaar samen.
Tot aan het eind der tijden leven wij in het VOORLAATSTE.
En dat is een leven met of zonder kerkjes.
Als kaf en koren.
Het is ook een leven, als we dat willen, vanuit de Vader en de Zoon en de HG.

amen