Hoogeloon, Hoofdstraat 68 Protestantse Kerk    Hoogeloon - Eersel Eersel, Markt 38

Welkom

Geschiedenis

Agenda

Activiteiten

Kerkdienstenrooster

Bloemen

Bloemschikken

kerkblad

Kerkdiensten Audio

Contact opnemen

Preken

Diaconie

Visie en beleid

Kerkverhuur

Zaalverhuur

ANBI gegevens

Info van Bergeijk

Info van Bladel

Gemeenten Regio

Links

   

 

Zoeken met Google:

 

Viering in Eersel op 29 december 2013

Voorganger Ds. J. Fijn van Draat



Inleiding


Mt. 2: 13 - 18, Openbaring 7: 9 - 17

 


 


Overdenking


Gemeente
‘Rachel beweende haar kinderen en wilde niet worden getroost, want ze zijn er niet meer’. Kortom: Rachel weigert zich te laten troosten. Dat wordt de leidraad van deze preek.

Sommige uitspraken vergeet je nooit, omdat ze diepe indruk maken, en je verder denken beďnvloeden.
Ooit zei één van mijn leermeesters in Kampen: de ene zondag zul je moeten zeggen, prekend uit Paulus: door genade alleen.
De andere zondag zul je moeten zeggen, prekend uit Jacobus: door de werken alleen.
En ik realiseerde me sindsdien: als je die bij elkaar harkt en samen in één preek stopt, dan krijg je een onsmakelijke soepige worst.

De bijbel kent altijd weer spanningsvelden, spanningsbogen.
Een ja én nee, zonder dat deze opgelost worden.

Wij kennen dat ook in ons leven.
De decembermaand is daarvan bij uitstek een goed voorbeeld.
De ene mens vindt in deze maand geluk, een sfeer van geborgenheid, warmte, gezelligheid, rust en inkeer.
Een andere mens weet niet hoe ze erdoor heen moet komen, wordt juist in deze maand teruggeworpen op verdriet, gemis, ervaart troosteloosheid.
Zo werd het ongeveer verwoord in de kersttoespraak van onze koning.

In de bijbel kom je dit ook zo tegen, keer op keer.
De tegenstellingen, het ja én nee.
Een Paulus tegenover een Jacobus.
Naast een doortrapte Kaďn staat een kwetsbare Abel.
En ook in één figuur kom je de spanningsboog tegen: er is een David die stralend, lichtvoetig, autentiek en koninklijk is (bv.de harpspeler) én een David die geniepig, ego-centrisch en achterbaks is (bv. vrouw van Uria).
Niet alleen in figuren/personen, ook in verhalen kom je die spanningsboog tegen.
Mt. vertelt ons zíjn kerstverhaal: de aanbidding van de wijzen, i.e. heel de wereld, geknield rondom de kribbe met koninklijke gaven.
Een opperste concentratie van vreugde (gebaar maken).
En dan meteen aansluitend de kindermoord: verstrooiing, vlucht, moord: een versnippering van kostbaar leven (gebaar maken).

En Rachel weigert zich te laten troosten. Punt.
Zo’n zin laat me niet los.
Rachel weigert zich te laten troosten. Einde verhaal.
Want daarna gaat Mt. verder met Jozef en de terugkeer uit Egypte.
Ik kom niet boven die zin uit, ik kom er niet langs weg.
Dat probeer ik natuurlijk wel.
Want behalve een Kyrië moet er toch ook een Gloria zijn.........
Een Jeremia.
Mt. citeert uit dat bijbelboek.
Jeremia spreekt behalve van pijn en verdriet van de ballingen ook van troost:
“Dit zegt de Here: In Rama hoort men klagen, bitter treuren. Rachel beweent haar zonen, zij wil niet worden getroost. Haar kinderen zijn er niet meer.
Maar dit zegt de Heer: huil niet langer, droog je tranen. Je zorg voor hen wordt nu beloond - spreekt de Heer.
Ze keren terug uit het land van de vijand. Je hebt een hoopvolle toekomst, je kinderen keren naar hun eigen land terug - spreekt de Heer” (Jer. 31: 15 – 17).
Hoop voor de kinderen Israëls, de ballingen, de verstrooiden.

Je zou als troost ook de beroemde kerkvader Augustinus kunnen citeren. Die houdt de bitterheid ook niet uit en zegt als troost dat de vermoorde kinderen zo vanaf hun moeders borst de hemel in gaan, Gods heerlijkheid binnen.

Of je zou kunnen spreken over plaatsvervanging. Hij/Jezus kon immers wegkomen, naar Egypte én terugkomen. Omdat Herodes dacht hem wel gepakt te hebben bij die kindermoord. Zo zou het nog een mooie preek kunnen worden: de kinderen redden het tijdelijke, aardse leven van Jezus, opdat deze naderhand Heiland der wereld kan worden.

Maar niets daarvan bij Mt.
Rachel weigert zich te laten troosten, dat is alles wat hij zegt.
De evangelist laat het verhaal in al zijn afgrijselijkheid staan, hij heeft er geen goed woord, laat staan een troostwoord voor over.

(N.B. Erica deed me op 31/12/2013 een boeiende hermeneuse van Mt. aan de hand:
die volgt Jeremia haars inziens wel integraal. De pijn van ballingschap en de belofte/hoop van terugkeer van de kinderen Israëls wordt vertááld naar: kindermoord en terugkeer van Jezus als het beloofde Kind/Messias).

Ook Vondel heeft hier mee gezeten. Joost van den Vondel waar we een lied van hoorden. Twee kinderen verloor hij aan de dood. Bij die eerste kon hij nog dat beroemde lied schrijven dat we hoorden (510). Maar bij de tweede dood spreekt hij over ‘kranke’ troost. En daarmee bedoelde hij niet troost voor kranken, maar dat het zo erg kan worden dat de troost zelf krank is en ziek en misschien wel overlijdt.
Hij weigert zich te laten troosten. Als Rachel.

Kindermoord, kinderlijden is verschrikkelijk in deze wereld.
Dostojewski laat een van zijn hoofdpersonen in de ‘Gebroeders Karamazov’ atheďst worden, omdat hij niet langer meer wil geloven in een God die toestaat dat het kind, al was het er maar één, lijdt.
Deze houding -atheďst worden of je romanfiguur laten worden- is een vorm van capitulatie voor het negatieve.
Mij is liever het verhaal van de joodse man, die in zijn lijdenstijd bad: ‘Heer der wereld, Gij doet er alles aan om me U te laten verloochenen. Maar weet wel: het zal U niet lukken!’

Van meet af aan is Jezus’ leven op aarde reëel verbonden met werkelijke geschiedenis.
Die van ons dus.
De grote van loopgraven en vlucht en moord; en de kleine van pijn en moeite en jaloezie en geniepigheid.
Zijn geschiedenis speelt zich niet af in een luchtledig, noch in een verbeelde wereld, in zgn. hemelse onaardse sferen.

Als Gód tot ons komt, onder ons wil wonen, daalt Hij in in onze concrete werkelijkheid.
En brengt het gehalte daarvan aan het licht.
Het gehalte van kleinheid en haat en pijn en moeite.
Hij komt in déze negativiteit, in dit nee.

Als God tot ons komt en onder ons wil wonen, brengt zijn komst ook iets anders aan het licht.
Nl. het nee van de weigering zich te laten troosten van pijn en onrecht.
Het nee tegen goedkope doekjes voor het bloeden.
Het nee tegen zoetige godsdienst, die zich afkeert van het werkelijke leven.

Deze God is wel uit op een Gloria, op aanbidding door heel de wereld.
Zeker! (dat zongen we met Kerst: vrede op aarde)
Maar het is vooral een God die aanwezig is in lijdenden, in de Rachels.
Lijdenden die niet capituleren, maar Kyrië blijven roepen.
Sterk en krachtig; die zich weigeren te laten troosten.
Hij is een God van al die weigeraars die blijven roepen voor anderen,
die blijven roepen tot...........
Tot het Gloria van Godswege eens aanbreekt.

amen