Hoogeloon, Hoofdstraat 68 Protestantse Kerk    Hoogeloon - Eersel Eersel, Markt 38

Welkom

Geschiedenis

Agenda

Activiteiten

Kerkdienstenrooster

Bloemen

Bloemschikken

kerkblad

Kerkdiensten Audio

Contact opnemen

Preken

Diaconie

Visie en beleid

Kerkverhuur

Zaalverhuur

ANBI gegevens

Info van Bergeijk

Info van Bladel

Gemeenten Regio

Links

   

 

Zoeken met Google:

 

Dienst in Eersel op zondag 6 maart 2016 ‘Laetare’

Voorganger: Mw. Ds M.J. Kreeft

Welkom, mededelingen, stilte
Zingen: Psalm 122
Bemoediging
v. onze Hulp in de Naam van de Heer
g. die hemel en aarde gemaakt heeft

v. In uw handen, barmhartige God,
bevelen wij onszelf vandaag:
laat ons, van begin tot einde,
bewust zijn van uw aanwezigheid;
herinner ons eraan dat wij
in alle goeds dat we doen, U dienen;
maak ons attent en waakzaam,
zodat we in alles uw wil onderscheiden,
die ook vreugdevol vervullen,
tot eer en glorie van uw Naam,
door Jezus Christus, onze Heer.

Zingen lied 298 I is solo en II is allen

Gebed om ontferming: Kyrië = Syrië

Zingen lied 130a: 1 en 2

Gebed bij de Schrift dienstboek blz. 106

1e lezing Genesis 4:1-9
Zingen lied 272 helemaal
2e lezing: Lukas 15: 11-32
‘Erbarme Dich’ uit de Mattheuspassion
Overdenking
Orgelspel
Zingen lied 791: 1 t/m 4
collecte
Bij de voorbeden 368d (uit Veertig dagen en Pasen vieren deel 1 blz. 86)

Slotlied 561: 1,4,5
zegen


Overdenking

 


Lieve mensen,

‘Erbarme Dich’
‘Bach raakt je niet onder je hersenpan, maar in je middenrif’, aldus Ad de Keyzer.
En wie durft dat, na het horen van deze muziek, nog te ontkennen? Bach raakt je in je middenrif.
Twintig jaar lang gaf de Keyzer door het hele land cursussen over de Mattheus-Passion waarbij hij niet een betoog hield over de muziek, maar vooral inging op de ervaring die mensen hadden en hebben met deze indrukwekkende muziek. Ervaring, emotie, immers, zo is zijn stellige overtuiging, daar ging het ook Bach om.
En het wordt wel eens vergeten, maar laten we wel wezen, Bach schreef geen concert, maar liturgische muziek! Alle cantates, passionen die Bach schreef, ze waren bestemd voor de kerkdienst, voor de liturgie. En denk niet, zegt de Keyzer, naast groot Bach-kenner ook theoloog, denk niet dat de teksten daarmee los staan van het leven. Alles in een kerkdienst heeft met het leven te maken. Kyrië is Syrië. Liturgie gaat over de shit van deze wereld, over de ervaringen van mensen, daar is vaak niks heiligs aan. Neem het woordje ‘Ach’ of nog zo’n ogenschijnlijk onbeduidend woordje ‘O’ uit de eerste zin van het openingskoor in het openingskoraal ‘O Lamm Gottes, unschuldig.’ Die uitroepen ‘Ach’ en ‘O’ zijn vertolkingen van een diep zuchten, een beweging van het hart, een roep uit de diepte die we allemaal kennen. (O God)
In de teksten en de muziek van Bach gaat het niet om een intellectueel vermaak, hoe geniaal zijn composities ook zijn, nee, in de teksten en de muziek van Bach worden wij op onze ervaringslaag aangesproken.
‘Erbarme Dich’ raakt ons omdat we beseffen hoezeer we zelf erbarmen nodig hebben. Het raakt bij ons die snaar van ‘ik wil niet zijn wie ik ben’, onze worsteling met ons tekort tegenover de Eeuwige die dat tekort opheft, aanvult met het grote gebaar van zijn liefde. Zo snap je ook dat mensen zeggen troost te putten uit het luisteren naar de Mattheus-Passion. De muziek van Bach helpt om te kunnen omgaan met de ervaringen die je aan het leven opdoet.
En dan lezen we bij Lukas: De jongste zoon, die er alles doorgejaagd had kwam tot zichzelf en zei: ik zal tot mijn vader terugkeren en zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben niet meer waard uw zoon te heten, stel mij gelijk met een van uw dagloners. Maar wat denk je? Toen hij nog ver weg was, zag zijn vader hem en werd met ontferming bewogen. (Er erbarmte sich) Hij liep hem tegemoet, viel hem om de hals en kuste hem. Mijn zoon hier, zei de vader, was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is gevonden. Laten we feest vieren.
Ik wil u vanmorgen laten ervaren dat niet alleen Bach, maar ook het schilderij dat Rembrandt maakte een verrassend licht werpt op het verhaal van Lukas over ‘De terugkeer van de verloren zoon.’
Ik laat me daarbij leiden door dit boek van Henri Nouwen. Priester en professor aan verschillende theologische instituten in de VS en de laatste 10 jaar van zijn leven wonend in een leefgemeenschap van l’Arche samen met verstandelijk gehandicapten. Hij schreef ‘Eindelijk thuis’ bij het schilderij van Rembrandt over ‘De terugkeer van de verloren zoon’. En hij schetst daarin hoe de ontmoeting met dit schilderij zijn leven totaal heeft veranderd. Een indrukwekkend en zeer inspirerend verhaal.
Ik kan natuurlijk niet het hele boek navertellen in dit korte bestek, maar richt me op vier belangrijke thema’s. Allereerst het begrip ‘Thuiskomst’, dan nemen we de jongste zoon onder de loep, vervolgens de oudste en als laatste de vader zelf. En als het goed is zullen we dan zien hoe zelfs het Erbarme Dich van Bach van betekenis verandert.

Thuiskomst
Het woord thuiskomst impliceert een vertrek. Nouwen zegt daarover: alleen als ik eerlijk onder ogen durf te zien wat het betekent om je huis te verlaten kan ik volledig begrijpen wat het betekent om naar huis terug te keren.
Bijbels gezegd: het verlaten van het Vaderhuis is een ontkenning van de geestelijke werkelijkheid dat ik met elke vezel van mijn bestaan aan God toebehoor; dat God mij veilig vasthoudt in een eeuwige omhelzing; dat mijn naam in Gods handpalm is gegrift.

Thuis, zo kun je ook formuleren: thuis is het centrum van mijn wezen, waar ik de stem kan horen die zegt: ’Jij bent mijn geliefde zoon/dochter, in wie ik mijn welbehagen heb.’ Dezelfde stem die de 1e Adam tot leven riep, de stem die tot Jezus, de 2e Adam sprak, ja tot al Gods kinderen: blijf in Mij dan blijf ik in jou. Een stem die ons de vrijheid schenkt om te leven in een duistere wereld en toch in het licht te zijn.

Maar die stem wordt vaak overschreeuwd. Het is namelijk een stem als het zachte suizen van de stilte zegt Elia. En de andere stemmen zijn luid, vol beloften en verleidelijk: meteen nadat Jezus de stem hoorde die zei: ‘Jij bent mijn geliefde zoon’ werd hij in de woestijn geconfronteerd met al die andere stemmen: ‘laat dan eens zien wat je waard bent!’ ‘Stort jezelf naar beneden!’’ Maak dan eens brood van deze stenen!’ ‘Bewijs jezelf dan eens!’ ‘Laat zien wat je kunt! Laat zien wie je bent!’

Vanaf onze prilste jeugd horen we deze stemmen al. Ze spreken ons toe via onze ouders, vrienden, leraren, collega’s en vooral via de massamedia. En als je te midden van al die geluiden – je moet beter zijn dan je vriend! Welke cijfers heb je? Als je maar je best doet op school, dan red je het wel! Welke relaties heb je? Laat vooral je zwakke kanten niet zien, daar maken ze alleen maar misbruik van! – Als je te midden van al die geluiden de ene stem van de onvoorwaardelijke liefde vergeet, je bent zo, zoals je bent al mijn geliefde kind, dan kunnen al deze onschuldige suggesties (vaak ook nog goed bedoeld) mij meenemen naar een ‘ver land’. En het is niet zo heel moeilijk om na te gaan wanneer dit gebeurt. Als er sprake is van boosheid, wrok, jaloezie, wraakgevoelens, wellust, hebzucht, vijandschap en rivaliteit, dan zijn dat duidelijk tekenen dat ik ‘ver van huis ben’.

De jongste zoon.
Hij was verzeild geraakt in een ‘ver land’. Hij leefde als slaaf van de dingen van de wereld, met altijd die innerlijke hunkering naar vrijheid. Het ‘nee’ van de jongste zoon tegen de vader, het verlaten van het Vaderhuis, het is niets anders dan de rebellie van Adam. De rebellie van ons allemaal. Het plaatst ons buiten het paradijs.
Ja, we hoeven niet eens zo heel erg ons best te doen om onszelf te herkennen in de jongste zoon, slaaf van de dingen van de wereld. Ver van huis. Maar geldt dat niet ook voor de oudste? Zijn reactie is voor ons toch ook heel herkenbaar?

De oudste zoon
Al was de oudste thuis gebleven, hij was toch ver weg geraakt van de stem die ook tot hem sprak. Ook bij hem waren er allerlei stemmen die de stem van de vader overschreeuwden.

Nouwen zegt dan: ‘als ik diep in mijzelf kijk en dan naar de levens van anderen, vraag ik mij af wat meer schade toebrengt, wellust en losbandigheid of afgunst en wrok. Er is zoveel wrok onder de rechtvaardigen en de fatsoenlijken. De mensen die altijd keurig in de pas lopen, weten hoe het hoort. Er heersen onder de zogenaamd voorbeeldige mensen zoveel vooroordelen. Er is zoveel ingehouden woede onder de mensen die zo vreselijk hun best doen om maar niet te ‘zondigen’.

Ja, eigenlijk is de oudste zoon minstens zo ver van huis als zijn jongere broer!

Welbeschouwd is dit niet de gelijkenis van de verloren zoon, maar van de verloren zonen!

Als je het verhaal leest en je je er een voorstelling van maakt, dan denk je onwillekeurig aan de oudste zoon die buiten het verlichte huis van de vader staat, in het donker, buiten het feestgedruis. Maar Rembrandt maakt een andere voorstelling.
Hij schildert noch het huis, noch het veld waar de oudste zoon is. Alles beeldt hij uit met schakeringen van donker en licht. De uitsnede die u voor u hebt, de omhelzing van de vader, in het volle licht, dat is Gods huis. Alle muziek en dans ligt daarin opgesloten … kijk naar de warmte van de kleuren!
De oudste zoon, in het verhaal op het veld, is door Rembrandt vlak naast dit tafereel afgebeeld. Op afstand weliswaar, en bijna helemaal in het donker. Er is alleen wat licht op zijn gezicht en handen wat duidelijk maakt dat ook hij geroepen is tot het licht, maar niet gedwongen kan worden om net als zijn jongste broer ‘thuis te komen’ en het feest mee te vieren.

Daarmee is er zowel in het verhaal van Lukas als in het schilderij van Rembrandt sprake van een open einde. De jongste zoon is thuis gekomen. Maar wat zal de oudste broer doen? Het wordt aan de kijker en luisteraar overgelaten, aan ons dus. Loopt het af zoals met Kaïn en Abel? Of is er ook een ander einde van dit verhaal mogelijk?
Anders gezegd: wat is er nodig voor de terugkeer, de thuiskomst van de oudste zoon?

Natuurlijk, we geloven dat onze God niet rust voordat hij dat ene schaap, dat ene muntje heeft gevonden! God zoekt ons. Maar hoe kun je je laten vinden? Nouwen zegt: niet door alleen maar passief af te wachten. Hij vond er uit eigen ervaring twee woorden voor.
Wat is nodig voor de terugkeer van de oudste zoon?
Vertrouwen en dankbaarheid.

Vertrouwen dat God jou thuis wil hebben, van je houdt, jou zoekt, pas zal rusten als jij gevonden bent. En let wel: dat is niet zo vanzelfsprekend als het lijkt. Er zijn voldoende stemmen die je toefluisteren: wie denk jij helemaal dat je bent, de moeite van het zoeken waard? Ben jij dan beter dan je broer, waarom zou jij gevonden moeten worden? Etc.
Vertrouwen is dus hard werken. Het is een chronische discipline om toch te blijven geloven dat het waar is: dat jij wordt gezocht, gevonden mag worden, dat God echt van jou houdt zoals je bent, dat je welkom bent op het feest!

Net zo’n discipline is dankbaarheid. Ik citeer: ‘de discipline van de dankbaarheid is de nadrukkelijke inspanning om te erkennen dat alles wat ik ben en alles wat ik bezit mij geschonken is als liefdegaven die met vreugde mogen worden gevierd’. Einde citaat.
Met andere woorden: dankbaarheid is een keuze.
Je kunt ervoor kiezen over schoonheid te spreken, ook al voel je innerlijk de behoefte om iemand te beschuldigen. Je kunt ervoor kiezen als je wordt bekritiseerd dankbaar te zijn, ook al voel je bitterheid opkomen. Ik kan ervoor kiezen te luisteren naar stemmen die vergeven en te kijken naar gezichten die lachen, zelfs als ik woorden van wraak hoor en de van haat vertrokken gezichten zie.

God is immers in mijn duisternis verschenen en zegt: ‘Jij bent altijd bij me en al het mijne is van jou’.

Ja, het is wel een inspanning, het gaat niet vanzelf. Je moet op een bepaald moment, wat Nouwen noemt, een geloofssprong wagen. Iemand opbellen die jou heeft afgewezen, een woord van genezing spreken tegen iemand die daar zelf niet toe in staat is. Een geloofssprong, dat is altijd: liefhebben zonder iets terug te verwachten.

Daarmee komen we bij de kern van dit verhaal, de Vader.
Al het licht in Rembrandts schilderij komt van hem.
Hij heeft lief zonder iets terug te verwachten. Hij oordeelt niet, wil dat beide zonen thuis komen en feestvieren!
Hij wil dat al zijn kinderen, ook wij, thuis komen. Dat wil zeggen: dat we worden als Hij.
Word als de vader. ‘Erbarm Dich!’ Dat is de boodschap van dit verhaal.

Wie goed kijkt ziet in het centrum van het schilderij zijn twee handen. Twee verschillende handen, een sterke, krachtige hand, een mannenhand en een veel zachtere, slankere hand, die van een vrouw. God als een Vader die zich ontfermt en als een Moeder die troost. Die uitgestrekte en zegenende handen, dat groot Erbarmen gaat aan ons erbarmen vooraf.

De gelijkenis van de verloren zoon is het verhaal over een liefde die al bestond, voordat er van een afwijzing sprake kon zijn en altijd zal blijven bestaan, hoe vaak ze ook wordt afgewezen. Dit is de eerste en eeuwige liefde. Dit is de liefde van een God die zowel een vader als een moeder voor ons is. Dit is de bron van alle echte, menselijke liefde, zelfs van de meest beperkte liefde.
Heel Jezus’ optreden had maar één doel: de onuitputtelijke, onbegrensde moeder- en vaderliefde van zijn God openbaren en laten zien hoe wij ons, in alle onderdelen van ons bestaan door die liefde kunnen laten leiden. Van die liefde laat Bach ons horen en laat Rembrandt ons een glimp opvangen in zijn weergave van de Vader. Dit is de liefde die ons altijd thuis verwelkomt en altijd feest wil vieren.

Lof zij de Eeuwige, amen.